Het Ouessant Schaap

Het Bretons dwergschaap (of ouessant) is het kleinste schapenras ter wereld. Hij is vrij  zeldzaam, wereldwijd zijn er slechts enkele duizenden, voornamelijk in Frankrijk, België en Nederland.

Ouessant-schaapjes zijn mooi om te zien, de mannetjes hebben prachtige, indrukwekkende hoorns.

De dieren zijn er in drie kleuren: zwart, bruin en wit.

De bronst is in het najaar (september-oktober), in het voorjaar (februari-maart) worden de lammetjes geboren.

De lammetjes komen vrijwel altijd zonder hulp ter wereld, geboorteproblemen zijn een zeldzaamheid.

Elke ooi werpt een lam, bij hoge uitzondering een tweeling.

De lammeren zijn zeer vitaal en de ooien zijn goede moeders.

Het Ouessant-schaap is klein, staat hoog op de poten en is van opzij gezien rechthoekig gebouwd. Volwassen Ouessant-schapen hebben een schofthoogte van 43-50 cm en wegen hooguit twintig kilo. De kop is van voren gezien driehoekig, met heldere, nieuwsgierige ogen en een levendige blik. De wol is lang met een zeer dichte onderwol. De vacht weegt 1 tot 2 kilo, zo'n 10 procent van het lichaamsgewicht, en daarmee heeft het Ouessant-schaap de hoogste wolopbrengst van alle Europese schapenrassen.

Ouessantschaapjes vragen weinig verzorging, ze hebben voldoende aan een stukje grasland en een eenvoudig onderkomen met daarbij wat hooi en water. Enkele keren per jaar de schaapjes ontwormen en een keer per jaar scheren en dan meteen de hoefjes wat bijwerken.

De Angorageit

 

Angorageiten zijn middelgroot en hebben een geheel witte vacht welke over het hele lichaam aanwezig is, ook op het voorhoofd en de wangen, behalve rond de bek. Meest kenmerkend zijn de horens. Bokken hebben zij/achterwaartse gerichte, gedraaide horens. De geiten hebben kleinere horens, welke licht gebogen naar achteren staan. De horens mogen niet te dicht naast elkaar "ingeplant" zijn op de kop. Ze moeten een brede borstkas hebben en de poten moeten er recht onder staan, vooral niet te dicht naast elkaar. De rug moet recht zijn, het kruis ook. De buik breed en diep. De staart moet rechtop staan en eveneens behaard zijn. Het dier moet sterke achterklauwen hebben en mag niet doorzakken door zijn enkels.

  De vacht mag geen "kemp" bevatten (lange dikke rechte haren, "paardenharen". De mohair moet over het gehele lichaam van gelijke kwaliteit zijn qua dikte, dichtheid, krul en glans. Mooie mohair heeft het karakter van pijpenkrullen.

 

Angorageiten zijn rustig, aanhankelijk, sober en laten zich vrij gemakkelijk behandelen. Ze zijn erg nieuwsgierig, maken weinig lawaai en hebben weinig neiging tot uitbreken. De lammeren vinden het leuk om te klimmen, volwassen geiten doen dat veel minder. Een groot voordeel is dat bokken vrijwel niet stinken, alleen in het dekseizoen wel. Hoe ouder ze zijn, des te sterker kan de geur van de bok in het dekseizoen zijn.

Er wordt twee maal per jaar geschoren. Meestal is dat in maart en in september. Het tijdstip ervan is enigszins afhankelijk van het al of niet gaan aflammeren van de geit en het al dan niet bezoeken van de keuring. De Angorageit kan toe met een simpele stal en een weitje om te grazen. Ze kunnen echter niet het hele jaar buiten zijn. Droge vorst en een beetje sneeuw is niet erg, maar van regen houden ze niet en worden er vaak ziek van.
De hoeven worden er te week door en worden kwetsbaar. En als het 's zomers erg warm is hebben ze schaduw nodig. Schaduw kan komen van een boom welke in of naast de wei staat, maar ook door bijv. het stalletje in de wei zo te maken dat er tegenaan ook nog afdak is. Ook na het scheren en tijdens en na het aflammeren hebben ze een week of 3 à 4 een tochtvrije stal nodig.

De witte Angorageiten leveren een prachtig mohair dat in verschillende kleuren kan worden geverfd.

 

 


Het Angorakonijn

Het Angorakonijn is een middelgroot konijnenras met een extreem lange vacht. De term Angora verwijst naar de vroegere naam van de Turkse hoofdstad Ankara, gelegen in een streek waar de langharige Angorageit gefokt werd. Of het Angorakonijn daar ook vandaan komt, is niet duidelijk.

 

 

Zoals alle uiterlijke veranderingen bij gedomesticeerde dieren is ook de lange vacht van het Angorakonijn door genetisch toeval ontstaan. Sindsdien werd het dier gefokt voor zijn fijne warme wol die gebruikt wordt in de kledingindustrie. Het konijn hoeft daarvoor overigens niet te worden gedood.

De lange vacht kan voor het Angorakonijn ernstige problemen opleveren als het dier niet regelmatig wordt geknipt of geschoren.

De vacht vervilt en vormt klitten zodat het konijn zijn lichaamswarmte niet meer kwijt kan.

Daarom wordt het angora konijn om de 3 maanden geschoren.

Het is raadzaam om voor het knippen of scheren van Angora's advies in te winnen bij deskundigen.

 

Het Angorakonijn komt voor in de erkende kleuren zwart, 'blauw', bruin, 'geel', wit/roodoog en wit/blauwoog. Het is niet aan te raden om Angorakonijnen met andere rassen te kruisen. Eventuele langharige nakomelingen krijgen vaak vachtproblemen.

 

Van Angorakonijnen wordt beweerd dat ze in het algemeen een zeer vriendelijk karakter hebben.

De Merino

 

Het merinoschaap is één van de bekendste  schapenrassen in de wereld. Het is het meest voorkomende schapenras ter wereld en wordt over het algemeen geprezen voor de kwaliteit van de wol.

 

 

Er zijn twee soorten merinoschapen te onderscheiden. Schapen zonder hoorns (of alleen kleine stompjes) en gehoornde merinoschapen met lange spiraalvormige hoorns die dicht bij het hoofd groeien. De rammen hebben meestal hoorns en de ooien niet.

Er zijn zowel vlees- als wolmerino's. Het schaap is het bekendst om zijn wol. Dankzij de vele huidplooien produceert één schaap wel vijf kilo wol per jaar. De wolmerino blinkt niet alleen uit in de hoge wolproductie, maar ook in de bijzondere kwaliteit wol. Per vierkante centimeter groeien bij een merino tien keer zoveel haartjes als bij een gemiddeld ander schaap. De wol heeft een zeer fijne structuur en is daarom zeer geschikt voor tal van toepassingen.

De merino is een op en top wolschaap. De beharing is egaal over het lichaam verspreid, de vezelstruktuur en dikte is over de hele vacht gelijkmatig en de wolkwaliteit is overal gelijk. De haargroei begint halverwege de neus, laat de ogen meestal vrij en vormt boven op de kop een mooi toupetje. Merino wol vergt voor het handspinnen enige vaardigheid. De wol is uitermate geschikt voor het maken van kledingstukken en omdat ze absoluut niet prikt is ze zelfs geschikt voor babykleertjes.  
Deze wolmerino is een laatrijp ras. Het dier is pas op 3 jarige leeftijd volwassen. Ze geeft per dracht 1,2 lammeren. Het is een middelgroot ras, geduldig en goedmoedig. Het  is door de dichte wol wel gevoelig voor myasis, deze ziekte wordt veroorzaakt door de maden van de groene bromvlieg.