Spinnen

Het spinnen is erop gebaseerd dat door het in elkaar draaien van de losse vezels, er een langere en sterkere draad kan ontstaan. Dit kan gebeuren met verschillende hulpmiddelen. De allereenvoudigste manier is met de vingers, maar daarmee ontstaat een onregelmatige draad. Bovendien gaat het spinnen dan erg langzaam

De eenvoudigste manier van spinnen is met een steen. Dit proces werd waarschijnlijk al in de prehistorie gebruikt, waarbij eenvoudig een steen aan een draad werd gehangen. Door deze een zwiep te geven, bleef de steen draaien. Aan het losse uiteinde werd langzamerhand meer vezelmateriaal toegevoegd.

Een andere eenvoudige manier om te spinnen is met behulp van een spintol. De spintol bestaat uit een rond stokje waaraan een plat rond schijfje is bevestigd. Aan dit schijfje wordt een draad bevestigd, waarbij de tol met het schijfje naar beneden hangt. In de ene hand wordt de draad met de te spinnen vezels over de hand vastgehouden, de andere hand zal steeds kleine plukjes van de vezels pakken en toevoegen aan de bestaande draad. Door de draaiende beweging van de tol zal de draad worden gevormd.

Een hele vooruitgang ten opzichte van de spintol is het gebruik van een spinnewiel. Hoewel er verschillende typen spinnewielen zijn, is de werking ervan hetzelfde. Spinnewielen kunnen we onderscheiden naar de plaats van het aandrijfwiel. Bij de oudere typen is dit naast het spingedeelte. Bij de modernere typen zit het aandrijfwiel onder het spingedeelte. De oudere typen spinnewielen, stonden op drie poten waarop een constructie was gemaakt. Bij de nieuwere typen zijn deze poten vervangen door balkjes waarop het geheel rust.Verder heeft een spinnewiel een trapplank welke bevestigd is aan het aandrijfwiel, via een bepaalde overbrenging wordt het wiel door middel van een snaar aangedreven.

Twijnen

Een enkele gesponnen draad is meestal te dun of te zwak, daarom moet na het spinnen getwijnd worden. Twijnen is het in elkaar draaien van tenminste twee draden. Dit twijnen kan gebeuren met het spinnewiel, of met modernere machines, maar meestal zal deze in omgekeerde richting moeten draaien om in getwijnd zachtere draden te krijgen, tegengesteld aan de twistrichting van het enkele garen, (voor bijv.weefsels) of juist in dezelfde richting om een hardere draad te krijgen(voor naaigarens). Ook kunnen op deze manier draden van verschillend materiaal - kleur - of structuur worden getwijnd.